De HSF

Ik las onlangs een artikel geschreven door psycholoog Dr Eugene Heimler. Deze leerling van Freud ontwikkelde de Human Social Functioning Methode. Als je deze woorden afkort krijg je HSF.

De HSF in het kort: leg de gebeurtenissen in jouw leven op een weegschaal. Slaat deze balans te ver door naar de negatieve kant is dat niet goed uiteraard. Te veel overhangend naar de positieve kant is ook weer niet goed. Nee het moet in balans zijn. Het mag best af en toe een beetje schommelen natuurlijk. Maar het draait om balans in het leven.

Nu was de balans in mijn leven lange tijd zoek. Het sloeg óf te veel door naar de negatieve kant óf te veel naar de positieve kant. Meestal sloeg het helemaal nergens op wat ik deed in mijn leven.Met een beetje hulp kreeg ik uitzicht op nieuwe inzichten. Inzichten in mijn relaties werk en mijn maatschappelijk doen en laten.

Nieuwe inzichten verkrijg je onder andere door de dingen die je meemaakt in je levensdagen. Je kiest voornamelijk zelf de route voor de levensweg die je bewandeld weet ik nu. Wat je tegenkomt op je traject daar pak je iets van mee. Door de dingen die je meemaakt stel je je mening bij. Ik begin het nu zowaar een beetje door te krijgen allemaal. Kwetsbaarheid fouten maken maar ook van dingen die goed gaan leiden tot nieuwe inzichten. Leren van dingen zeg maar.

Tot zover de psychologie. Nu over naar biologie. Als ik vanmorgen de chauffeurskantine binnenstap om deze te gaan schoonmaken is het er nog een drukte van belang. Het is een grote ruimte met in het midden een lange tafel. Aan de wand hangen uiteraard kalenders met schaars geklede dames en natuurlijk de kalenders met afbeeldingen van vrachtwagens. Elke maand een andere. Ook is er een keukenblok met daarop twee professionele koffiezetters.Het aanrechtblad en de vloer zijn altijd voorzien van vele en grote koffievlekken. Soms vraag ik mij af of ik in een kantine ben aangeland van een instelling waar Parkinson patiënten verpleegd worden die zelf hun koffie mogen inschenken.

Aan een lange tafel in het midden van de refter zitten acht man koffie te drinken voordat ze gaan rijden. Hans is er ook. Hans is de boekhouder van het bedrijf. Het is een kleine bebrilde kerel met een volle bos grijs krullend haar. Hans is een stille man. Hij is vriendelijk en lacht wel maar echt praten doet hij nooit. Ik heb altijd een beetje meelij met hem. Waarom weet ik niet. Ooit is hij begonnen als boekhouder binnen het bedrijf waar hij nu werkt. Aanvankelijk werkte hij met zijn vader als loodgieter. Hans verzorgde ook de boekhouding van het loodgietersbedrijfje. Helaas overleed zijn vader op jonge leeftijd en niemand wilde destijds het loodgieter bedoeningkje overnemen. Hans zag het indertijd niet zitten om het familiebedrijfje in zijn eentje voort te zetten.

Zodoende is Hans terecht gekomen op het kantoor waar hij nu werkzaam is. Dit terwijl hij afgestudeerd bioloog is. Volg je het nog? Ik pak een bakkie en zet mij aan de tafel. Ik probeer iets van het gesprek op te vangen. Doorgaans gaan de gesprekken in zo’n chauffeurskantine over, nou vul het zelf maar in. Ik luister naar het gesprek maar ik kan niet echt meepraten over de onderwerpen. Auto’s voetbal politiek ik heb er niets mee. Ik slurp daarom maar mijn bakkie leeg en verontschuldig mij met de woorden “mannen ik ga de wc’s doen, een olifant heeft toch de grootste.” Ik geef toe het is een rare zin maar ik gebruik het te pas en te onpas. Soms om een gesprek af te kappen of uit onzekerheid. Ik weet het niet.

De doorgaans stille Hans reageert als enige op mijn opmerking. “Nee de blauwevinvis heeft de grootste” verbeterd hij mij. Nu Hans het woord heeft genomen maken alle chauffeurs ineens opvallend veel haast om weg te komen. “We gaan rijden” hoor ik diverse keren. “Wacht even” zegt Hans tegen mij “ik pak even een boek en laat je iets zien” terwijl hij met gebogen hooft richting zijn kantoor loopt.

Als hij terug komt heeft hij een dik boek bij zich. Het is een groot boek met leren kaft zonder opdruk. Het boekwerk oogt oud en is behoorlijk aan slijtage onderhevig.“Ga even zitten” zegt hij als hij plaatsneemt en het boek openslaat. Ik ga naast hem zitten aan de tafel en zie hoe hij het boek met vergeelde bladeren begint uit te pluizen. De pil met daarin afbeeldingen van dieren is zo oud en gelezen dat het bijna uit elkaar valt. “Dat boek is nog van Charls Darwin geweest” bedenk ik mij.

Na wat zoekwerk laat Hans een tekening zien van de blauwevinvis met jawel zijn geslachtsdeel van tweeënhalve meter lengte. “Oh ja” reageer ik quasi belangstellend. Hans gaat nu helemaal los. Hij laat diverse tekeningen zien van walvissen en neemt alle tijd voor mij. Tijd die ik niet heb. Ik kan mijzelf weer eens voor mijn kop slaan nu. Waarom zeg ik blijkbaar altijd verkeerde dingen?! Ik had gewoon aan het werk moeten gaan in plaats van te grappen over olifanten. Mijn beproeving is nog niet over. Ik krijg tekeningen te zien van olifanten. Afrikaanse Thaise en Indische slurf dragende dikhuiden. Hans verteld honderduit en is zichtbaar in zijn element. Uit beleefdheid en sympathie voor hem onderga ik mijn beproeving. Ik kan er uiteindelijk ook wel om lachen. De doorgaans zo stille kerel die helemaal in zijn schik is. Het is bijna aandoenlijk.

Na twintig minuten te hebben gezeten gaan we beide aan het werk. Hans loopt opgewekt naar zijn bureau. Ik ga beginnen in de keuken. Ik ben een beetje uit balans van de dierenpreek die ik kreeg. Ik besef mij wel dat ik toch weer nieuwe inzichten heb opgedaan vandaag. Een olifant heeft dus niet de grootste en de blauwevinvis is geen vis maar een zoogdier.

%d bloggers liken dit: