Trouwringen II

Ik verbaas mij er wel eens over, over het aantal goede mensen die je tegenkomt. Dit terwijl de wereld over het algeheel toch een zooitje is. 

De trouwringen van Hester en mij liggen al jaren in een bakje in een kast. Beide hebben de sieraden eigenlijk nooit gedragen. We geloofde het wel. We hadden geen symbool nodig om onze liefde te laten zien. Sowieso hebben wij ons nooit laten ringeloren. Als ik de ringen in een week tijd tijdens het opruimen voor de derde keer in mijn hand heb vraag ik mij af wat ik er toch mee moet. Ik kan ze wegbrengen voor sloopgoud. Dat zou kunnen. Maar ik heb een beter idee.

Hasgold

‘Wat is jou verhaal’ vraagt de juwelier van Has-gold aan mij als ik hem de ringen laat zien. ‘Heb je een uurtje’? Antwoord ik hem toch wel emotioneel. Met veel belangstelling en bewogenheid luistert hij aandachtig naar mijn levensverhaal. In drie minuten tijd vertel ik met emotie en trots mijn verhaal aan de edelsmid, met als rode draad uiteraard mijn dochters. ‘Ongelofelijk’ zegt hij als ik klaar ben met mijn levensverhaal, ‘nee deze ringen mogen niet omgesmolten worden. Het ontroert mij dat je juist deze symbolen van liefde en trouw wil doorgeven aan je kinderen als sieraad’.

Dat is precies dus wat ik in gedachten had als herbestemming voor onze ringen. De twee gouden bi-color ringen wil ik laten vermaken tot sieraden voor de meiden. Een hartje die gedragen kan worden als hanger. Eens waren de ringen symbool van verbintenis tussen Hester en mij. Nu geven wij de sieraden door als verzinnebeelding van onze liefde naar onze meiden als teken van liefde. Al zijn onze meiden uiteraard al de bezegeling van onze liefde. Zo dat zijn moeilijke zinnen zeg. Ik weet niet of ze wel kloppen. 

Inmiddels is de juwelierszaak volgelopen met klanten. Toch neemt de kunstenaar alle tijd voor mij.

Beteuterd

Ik denk dat er teleurstelling af te lezen is van mijn gezicht als ik het bedrag hoor wat de transformatie moet gaan kosten. ‘Het diamantje wat in een van de ringen zit mag je houden als dat de prijs nog iets kan drukken’ zeg ik nog, in de hoop dat hij de prijs iets kan verlagen. Ik gun de man alles, maar ik heb het even niet. Beteuterd kijk ik even naar de ringen die voor mij liggen op de toonbank. ‘Toch maar verkopen als sloopgoud’ mompel ik. Zover komt het niet. De man pakt een papiertje en schrijft een bedrag daarop en schuift het over de toonbank naar mij. ‘ik zet in de grote ring ook een diamantje, die krijgt je dochter van mij’.  Zwijgend kijken we elkaar aan. Ik knik en geef hem een hand. Dit voelt goed. Dit is een kerel naar mijn hart, ze bestaan gelukkig nog. Mensen met een hart van goud. Als ik even later de de winkelstraat uitloop heb ik een dubbel gevoel over de ringen. Het voelt goed maar ook weer niet. Ik kan het alweer niet goed verwoorden. Misschien snap je mij wel. 

%d bloggers liken dit: