Bonkie

Bonkie is overleden. Schrik maar niet hoor. Bonkie was niet onze te dikke cavia ook was het geen klopgeest die in onze woning huisde.

Het is de vw kever van onze jongste dochter Tuk-tuk. Nu heb ik destijds onze jongste dochter natuurlijk niet Tuk-tuk genoemd maar dat is haar bijnaam

Ik kom daar zo op terug. 

Het wagentje is meer dan twintig jaar oud maar volgens de garage mankeert er nu zoveel aan dat de

monteur min of meer de dood heeft vastgesteld. Jammer. Ik kocht de auto ooit “against all odds” op een donkere regenachtige oktoberavond ergens op een woonwagenkamp.

Toen ik terug naar huis reed met het kevertje rookte, rammelde en bonkte bij elke meter die ik er mee aflegde. Dit terwijl de verkoper mij had gegarandeerd dat het ding heel goed was. ‘Geloof mij meneer tis een prima wagen, as ter iets mee met mis is kom ie gewoon terug dan maken wij het voor u’. 

Sleutelstad

Maar toch, ondanks het gebonk, gerook en gerammel gaf Bonk in de jaren daarna geen krimp. Starten lopen!  Het hele land heeft het gezien met Maartje aan het stuur. Tot nu.

Louter met een glimlach denken wij terug aan het bakkie. Je eerste auto he?! Had je hem nog maar.

Op een dag reden Maart en ik met Bonkie door de sleutelstad. Voor een klant moest ik iets meenemen in een natuurvoedingsmiddelen winkel in de Herenstraat.

Geen parkeerplek dus Maartje parkeerde Bonkie pontificaal voor de deur terwijl ik naar binnen liep. De motor liet zij draaien omdat het koud was die dag.

Nu trekt zo’n -best wel- groene winkel natuurlijk een bepaald publiek. Zo is er geen vlees te koop en ook voor een fles chloor kan je er niet terecht. Toen ik aan de kassa stond kreeg ik van

de dame achter de kassa een sneer dat mijn auto fout stond en dat de motor

gewoon bleef draaien!

Daarbij kreeg ik een blik alsof ik zojuist de laatst levende reuzepanda eigenhandig had gewurgd. Toen ik vervolgens informeerde -in mijn onschuld-  of zij een plastic tasje voor mij had nou toen was de boot

echt aan. Even later rijden wij met het rokende kevertje de stoep af. Ik legde uit aan Maartje dat ik niet echt als klant werd gewaardeerd. Maartje kijkt mij aan en vraagt gespeeld boos of ik mijn -uit brandnetelvezel- zelf gehaakte netje vergeten was.

Het kan verkeren.

Pancras oost

Ik hou van bijnamen. In de wijk waar ik opgroeide (Pancras oost) had elke markante bewoner een bijnaam. Tante Sidonia, Bolle Bas, Plugger, Kachelpijp en Fred die gewoon Gijs bleek te heten,

om er een paar te noemen. Ik zelf geef mensen ook graag bijnamen. Vaak zijn het afkortingen. Mijn oudste dochter Bonnie noem ik steevast Bo. Ik heb zelf ook bijnamen gehad en nog steeds.  Maus, De Boeman maar ook als je Vagebond roept kijk ik op.

Goed ik had je de herkomst van de bijnaam van mijn dochter Maartje beloofd. Maart heeft dus ooit de enige Tuk-tuk die in onze hoofdstad mocht rijden plat gereden. Nou eigenlijk kort.

Slechts een paar meter heeft ze nodig gehad om de bont gekleurde gemotoriseerde riksja voorgoed te veranderen in een pakkie schroot. Een hele prestatie. Vandaar haar bijnaam Tuk-tuk.

Maak er een mooie dag van. Doe je gordel om.

%d bloggers liken dit: