Reanimatie

Bestaat er zoiets als toeval? Lot?

Ik heb inmiddels te veel gezien in het leven om daaraan te twijfelen.

Bonnie en ik hebben vanmorgen iets meegemaakt. 

Het kán nooit eens normaal bij ons. Wij zoeken nooit iets op, maar

gaan nooit iets uit de weg ook. 

Bij deze mijn relaas. Mij helpt het wel. Schrijven.

Na een voorspoedige gezellige vlucht landen wij op Brussel.  Bonnie en ik moeten nog even “door de douane”. Een formaliteit joh. De heenreis is zonder al te veel ambtenaren-gezeik verlopen dus ik verwacht nu ook geen problemen. Nou niet dus.

Als wij na de landing door de luchthaven richting uitgang lopen stuiten wij op een geïmproviseerde blokkade van de douane. In een gang staan wat tafels opgesteld die dienst doen als loket. Bonnie loopt voorop en laat aan de betreffende ambtenaar op haar telefoon een aantal documenten zien en mag doorlopen.

Vuurwapen

Ik wil er achteraan lopen in de veronderstelling dat dat mag. Nee dat mocht niet. Een dame in uniform houdt mij tegen. In de Franse taal vraagt ze iets. Geen idee wat ze vroeg eigenlijk dus ik antwoord vriendelijk “nou dat is mijn dochter en ik hoor bij haar” wijzend op Bonnie die op mij wacht. Ik mag niet doorlopen. ‘Non non’. Ik mis een formulier blijkbaar. Een administratieve formaliteit.

Bonnie ziet aan mijn blik dat ik het niet begrijp. Voordat het uit de hand loopt grijpt Bo in. Ik ga nogal graag de discussie aan.

Helemaal met ambtenaren en helemaal met ambtenaren in Wallonië die stiekem toch Nederlands begrijpen. Niet dat ik dat win hoor. Zeker niet van deze dame. Ze heeft een strenge blik in haar ogen en een enorm vuurwapen op haar heup hangen. Ik kies wel eieren voor mijn geld.

Bon komt terug en sleurt mij mee. “Wij gaan even dat formulier even halen en je doet nu normaal he! Ik wil naar huis en Luc wacht op ons.”

Luc de vriend van Bo is het hele takkeneind naar België gereden om ons op te halen.

Echte Liefde.

Formulieren

Het betreffende formulier blijkt in de Franse taal te zijn geschreven. Ik kom er niet uit. Ik spreek geen woord Frans. Enfin, ik ben blij dat ik Bo bij mij heb. Bon vult bij gebrek aan een fatsoenlijke tafel het formulier zittend op de grond in.

Ik terug naar de dame met de strenge blik en de buks.  ‘Pas bon monsieur’! 

Formulier is niet goed! Twee formulieren wil ze zien!. Ik weer terug. Bonnie krabbelt wat op het tweede formulier. Het eerste formulier daar heb ik toepasselijk een vliegtuigje van gevouwen. Je moet wat met je frustratie nietwaar? Ik ben de situatie nogal zat ik wil naar huis.

Na een kwartier heen en weer lopen, vliegtuigjes vouwen en lullen in het Frans mag ik door.

De stemming zit er goed in. Helemaal als blijkt dat wij een lijn moeten volgen naar de uitgang. Samen met een paar honderd medereizigers die naar de uitgang willen. Een aantal van hen wil voordringen. Niet bij mij zo besluit ik. Wat tan juh!

Na een paar honderd meter sjokken komt de uitgang in zicht. Als wij bijna bij de schuifdeuren zijn zien wij een man liggen op de grond. Er staan wat mensen omheen. De man ligt midden op de te volgen lijn naar de uitgang en mensen zijn geërgerd als ze erlangs moeten manoeuvreren met hun valies.

Doodstrijd

Ik ben geen arts. Maar ik zie wel dat het mis is. De ziel is duidelijk al uit zijn lichaam!

De man heeft een asgrauwe kleur op zijn gezicht. Uit zijn mond komt bloed en speeksel. Op het gezicht van de man is doodstrijd af te lezen. Ik herken het helaas. Een persoon staat over de man heen gebogen en wappert met een magazine de kerel wat frisse lucht toe. Naast de man zit een jongere man op zijn knieën en heeft zijn hand vast.

Van zijn betraande gezicht is radeloosheid en wanhoop af te lezen. Het blijkt de zoon te zijn van de man die op de grond ligt, blijkt later. Hij had zijn vader al een paar jaar niet gezien en kwam hem nu afhalen.

Uiteraard lopen al onze medepassagiers door. Geërgerd zelfs.

Twee mensen van de luchthaven lopen paniekerig heen en weer en vragen om hulp.

Bon gooit haar rugzak op de grond en geeft mij haar koffer en knielt naast de man. Ze doet haar onderzoek-ding. “geen pols” hoor ik haar zuchtend maar geconcentreerd zeggen.

Ik weet niet wat ik moet doen. Ik sta er voor Jan lul bij en wil haar eigenlijk meenemen! Weghalen bij de plaats des onheils. Noem het een vaderlijk-moederinstinct.

In plaats daarvan verzoekt een man met een geel hesje aan mij om weg te gaan. Ik stamel nog iets maar wordt dan door de schuifdeuren de hal in gebonjourd!

Daar sta ik dan met de rugzakken en koffers. Wachtend op wat gaat komen.

De stroom passagiers wordt omgeleid en verlaat de aankomsthal via een naastgelegen uitgang.

Bonnie

Af en toe gaan de schuifdeuren open en dicht doordat Bonnie bezig is met de patiënt. Ik vang dan even een glimp op van het tafereel. Dan gebeurd er een aantal minuten niets. Ik hoor ook niets en de deuren blijven gesloten. Als ze uiteindelijk weer openen zie ik dat Bo geknield naast de man hartmassage toepast. Op haar gezicht is koelbloedigheid maar ook stress af te lezen. De deuren sluiten dan weer.

Naast mij staat er achter het hekje een enorme kerel. Hij heeft sluik lang haar wat is opgebonden in een staart. Zijn dikke onderarmen staan vol met tatoeages. Het is het type man waar je een blokje om voor zou lopen.

Breedgrijnzend staat hij het hele tafereel te filmen met zijn telefoon. Menigmaal vragen omstanders hem te stoppen met deze respectloze actie. Tevergeefs. Hij heeft er zelfs echt lol in.

De deuren schuiven weer even open. Ik zie Bonnie uit alle macht pompen op de borstkas van de man. Telkens als ze de borst indrukt schiet het hoofd van de man iets achterover. Ik hoor haar hardop tellen “Een twee drie vier” het kost haar moeite. Hoelang is ze bezig al? Waar blijft de hulp toch? Vraag ik mij af!

Als ik haar zo bekijk maakt een vreemd gevoel zich van mij meester.

Dat is mijn kleine meisje. Ooit vocht ze in een couveuse voor haar leven.

Net als haar oudere broer dat tevergeefs deed.

Nu knokt zij voor deze kerel zijn leven. Het leven van deze volstrekt onbekende man ligt nu in haar handen. 

Wie had deze apotheose kunnen voorspellen van een weekendje Rome met haar vader…

Minuten gaan voorbij. Ik hoor haar plots opgelucht roepen “ja pols” en hoor de man rochelen. “Ah, rochelen…dat is altijd goed” bedenk ik mij.

Rob van Someren

Kort daarna zijn er twee artsen van de MUG aangeland op de plaats des onheils. Deze nemen het eindelijk over. Twee spuiten adrenaline en zuurstof maken nu echt het verschil voor de kerel.

Ineens komt hulp van alle kanten aangesneld.

Eindelijk voegt Bonnie zich bij mij en haar vriend Luc. Beduusd praten wij wat na. De man in kwestie komt even later voorbijgereden op een brancard en heeft alweer een bijna normale kleur op zijn snuit.

Een van de MUG artsen komt naar Bo toe en bedankt haar. “Kijk” zegt hij wijzend op de man, “dat komt nou door jou” met een Vlaams accent.

Luc brengt ons terug naar Rotterdam. Hier hebben wij vrijdag onze auto’s neergezet.

Als ik Bo een op een spreek vraag ik hoe het met haar is.

“Ik ben blij dat ik met mijn eigen auto ben pap. Ik wil nu even alleen zijn” zegt ze.

Ik rij achter haar aan. Ik ben blij dat ik alleen ben in mijn auto, ondanks dat het bewolkt weer is zet ik toch mijn zonnebril maar op. Ik heb het de hele rit naar Leiden niet droog gehouden.

Het was een wonderlijke ervaring voor ons. Het is niet vaak dat je twee mirakels tegelijk meemaakt.

Was daar als eerste de wederopstanding van een reiziger door toedoen van Bonnie. Daarbij waren wij ook getuige van hoe er een einde kwam aan een Babylonische spraakverwarring. Medisch en luchthavenpersoneel bleken toch de Nederlandse taal te spreken in noodgevallen. Het kan dus toch!

Een aantal weken geleden nog opperde Bonnie of ik niet reanimeren wilde leren.

“Bij die gasten van Somertijd kan je het leren pap, en je hebt nog een leuke dag ook, je bent toch fan van die Rob van Someren?”

zei ze.

Ik heb het weggewuifd destijds. Wist ik toen veel?

Fijne dag!

%d bloggers liken dit: