Beschermengel

Ik vraag mij af of ik de enige ben in deze. Ik ben geen religieus mens. Dit even vooropgesteld. Als ik een kerk binnenstap slaat terstond de bliksem in het pand. De toorn van de grote baas daarboven. Ik geloof dus ook eigenlijk niet in leven na de dood. Eigenlijk.

Toch heb ik ooit iets meegemaakt wat ik niet zo goed kan plaatsen. Verklaren kan ik het al helemaal niet. Ik neem je even mee naar een jaar of zevenentwintig geleden.

Op een koude natte grauwgrijze dag in November nemen Hester en ik afscheid van onze kleine jongen. De crematie is ‘in besloten kring’ zoals dat heet. Sober en met weinig genodigden. De enige kleuren die ik mij kan herinneren van die dag zijn de kleuren van een herfstboeket die op het kleine witte kistje staan van Hessel.

Geen praatjes

Daar zit je dan als jonge ‘vader’. Nou ik had even geen praatjes meer die dag. Verdriet dat wel.

Na de crematie ben ik twee weken thuis geweest. Maar het leven gaat door en ik dus ook. Hoe zwaar de draad oppakken ook is. Ik maak mij dan ook weer op voor mijn eerste werkdag sinds mijn rouw-vaderdagverlof. Eigenlijk heb ik er ook wel weer een beetje zin in. Ik reed destijds taxi in Leiden. Die baan was mijn lust en mijn leven. Maar je zal het altijd zien, de eerste werkdag sinds twee weken kreeg een bittere nasmaak.

‘Have a nice flight and thank you’. Zoiets zal ik gezegd hebben als ik mijn passagier uit laat stappen op onze nationale luchthaven. Het was mijn eerste rit die morgen. Van een hotel in Leiden naar Schiphol. Dit waren ze. Dé ritten. Gezellige klanten en gegarandeerd een fooitje in je zak na de rit.

Als ik weer weg wil rijden van de taxibaan wordt de weg versperd door een jongeman van de marechaussee. ‘Goedendag taxi controle’ zegt de man in uniform tegen mij. De blasé blik van het jonge agentje staat mij niet aan. De toon die hij aanslaat valt al helemaal verkeerd bij mij. Autoritair zoals een goed marechaussee betaamd. De toon is ook gelijk gezet bij mij.

Verzet

Zal ik een lang verhaal even inkorten? Goed dan. Papieren kloppen niet zegt de jonge marechaussee. Papieren kloppen wél, zegt de Maus. Discussie! Maus boos. Lichamelijk contact van zijn kant. Ik vlieg er bovenop. Er zijn uiteindelijk vier man nodig om mij geboeid in het donkerblauwe VW busje te krijgen. Dag en een nacht vast. Aangifte beide partijen wegens geweldsdelict en ik er nog een bij wegens verzet bij aanhouding. Wat een gezeik.

Als mijn werkgever Jan mij komt ophalen de volgende dag is hij niet echt blij. Hij is wel op mijn hand en heeft begrip voor de situatie. ‘Het zijn bloedzuigers die lui’ zegt hij. Jan heeft net als ik een pesthekel aan alles wat naar gezag riekt. Aangekomen op zijn kantoor ik Leiden praten we nog even na bij een bak koffie. ‘Ga lekker de nacht in voor een poosje’ oppert mijn baas Jan ‘dat is qua werk en verkeer wat rustiger’. Ik besloot nog een week vrij te nemen en mij dan te melden voor mijn eerste nachtdienst.

Hocus spook

Het nachtleven bevalt mij wel. Na drie nachten zit ik lekker in een ritme van overdag slapen en werken als de zon onder is. Ik slaap overdag erg goed en het werk ligt mij goed. Ik tref een ander soort publiek in de nacht. Heel ander publiek kan je wel zeggen. Een bijkomend voordeel: je kunt lekker doorknallen op de weg. Files en opstoppingen heb je nu eenmaal niet in de nacht. Alleen dat doorknallen is mij bijna fataal geworden op een nacht. Bijna zeg ik. Nogmaals ik geloof niet in hocus spook gedoe. Maar ik be-schrijf gewoon hoe ik het destijds heb ervaren.

Als ik de kruising nader vanaf het levendaal richting garenmarkt heb ik groen licht. Het is rond 03.00 uur in de nacht. Het is nog de oude situatie waar verkeer op het levendaal nog voorrang heeft op de oranjeboomstraat en Sint Joris steeg. Voor wie bekend is en was in de Sleutelstad. Ik heb de Mercedes W 124 opgestookt tot zo’n honderd kilometer per uur. Ja dat is natuurlijk een krankzinnige snelheid. Zeker als je een onoverzichtelijke kruising nadert. Maar ik rij op een voorrangsweg en heb groen licht bovendien. Ik heb het prima naar mijn zin en de radio staat op een standje wat prima aansluit bij de snelheid en mijn humeur. Geen vuiltje aan de inktzwarte lucht. Wel sterren. Als ik de kruising met de oranjeboomstraat tot op een krappe honderd meter ben genaderd hoor ik een kinderstem boven de muziek uitschreeuwen. ‘Pappa stop’!

ijzig koud

Ik krijg het binnen een fractie van een seconde ijzig koud. Al mijn zintuigen staan op scherp! Even is de relaxte sfeer die ik in mijn eentje ervoer in de auto omgeslagen naar een overlevingsmodus. Ik

trap de rem in van de twee liter Benz. Ik voel onder mijn rechtervoet hoe het ABS schokkend ‘pakt’ in mijn pedaal. De remweg lijkt een eeuwigheid te duren. Maar ik sta stil voor de kruising. En niet voor niets. Van rechts komt een opel Vectra aan-gedenderd. Een politie auto. Met gedoofde lichten ook nog. Vast en zeker op weg naar een melding. De agent die de surveillanceauto bestuurd heeft de Vectra -die honderdzeventig pk onder de kap heeft- ook opgepord tot zo’n honderd kilometer per uur. Schat ik. Een krankzinnige snelheid. Maar ik sta op tijd stil! God? zij dank. De Opel met de twee agenten erin hadden nooit of te nimmer de stop kunnen maken. Had ik niet geremd dan hadden er minstens drie zwaargewonden gevallen. In het gunstigste geval. Meerdere doden had waarschijnlijker geweest.

agent

Als de surveillanceauto voor mij langs schiet kijken de bestuurder en ik elkaar even aan. De agent kijkt vol ongeloof en geschrokken naar mij. Een of twee seconden kruisen onze blikken elkaar. Meer tijd was er niet. Ik kijk de Vectra nog even na en zie hoe hij richting de Lammenschansweg stuift. Beduusd trek weer op uit stilstand en vervolg wat langzamer mijn weg.

Ik vraag mij na al die jaren niet meer af óf ik het goed heb gehoord. Ik weet wat ik heb gehoord. Er gebeuren soms dingen in je leven die je nu eenmaal niet kunt verklaren. In mijn leven wel.  

%d bloggers liken dit: