Mijn zondag

Ik ben vanmorgen vroeg opgestaan. Er ligt nogal wat werk op mij te wachten dus ik moet ondanks het vroege tijdstip en het feit dat het zondag is aan de bak. Maar eerst koffie. Zwart, in een grote mok.

Als ik aan het aanrecht sta in de keuken kijk ik even naar buiten. De auto’s zijn wit uitgeslagen van de vorst. Een buurman loopt voorbij met zijn hond, hij heeft zijn kraag van zijn jas hoog opgestoken. De adem die uit zijn mond komt veranderd door de kou in wolkjes.

Spikkel springt op het aanrecht en gaat voor het kleine raampje staan die open kan. Spikkel wil buitenspelen. Hij kijkt mij aan en miauwt zachtjes.

‘Man blijf toch binnen, het schemert nog en het is koud’. Probeer ik hem nog te overtuigen alvorens ik het raampje toch maar open. ‘Dag kat, kijk wel uit. Ik laat het raam open ik ga aan het werk’ roep ik hem nog na.

boterham met pindakaas

Ik sla mijn bakkie achterover pak mijn sleutels, telefoon en twee schone ‘berenlullen’ uit de kast. Ja ik ga ramen zemen. Lekker binnen dat wel.

Vijf minuten later heb ik mijn bus ontdaan van de ijslaag en rijd onze wijk uit.

Onderweg smeer ik een boterham met pindakaas. Ik smeer ook wat pindakaas aan mijn versnellingspook, passagiersstoel en stuur. Mopperend vraag ik mij af waarom er geen plakken pindakaas bestaan. Met mijn knieën sturend baan ik mij een weg door de nog stille stad.

Als de mok zwarte koffie mij nog niet wakker heeft gemaakt, zorgt collega glazenwasser daar wel voor. Bij een verkeerslicht aangekomen stopt een witte caddy naast mij. Ondanks dat zijn hele auto vol met rook staat herken ik de bestuurder. ‘Kev’ heet hij. Zijn radio staat op standje ‘permanente gehoorschade’.

Als hij mij herkent laat zijn zijn raampje zakken en zet zijn radio zachter. ‘Hee Maus, ik dacht dat ik de enige gek was die vandaag ging wassen’. Ik laat ook mijn raam zakken en geniet even mee van de walm die uit zijn auto komt. De walm van exportproduct nummer één van Nederland.

‘Nou ik zit weer dik in de blauwe enveloppen Kev dus moet aan de bak’ antwoord ik hem.

verkeerslicht

Kev neemt een haal van zijn toeter en zegt vervolgens met een grijns op zijn snuit ‘Jij snapt het niet he?! Dit land is goed voor slechte mensen en slecht voor goede mensen. Ik doe niets met die blauwe enveloppen, laat ze de tering krijgen’. Als hij is uitgesproken veranderd het verkeerslicht van de rode kleur naar de groene. Kev geeft zijn caddy de sporen, ik ben even bang dat hij twee geulen in het asfalt trekt, zo snel trekt hij op met zijn VW.

Het is een gozer met een gouden hart en heeft nog gelijk ook met zijn uitspraken. Hij is wel zo gek als een deur. Dat wel.

Bij mijn klant aangekomen heb ik net mijn brood achter mijn kiezen en het interieur van de bus ontdaan van het kleverige broodbeleg. Ik kan aan de slag.

Nu zit het soms wel eens tegen en is het tobben op een klus. Gaat er bij aankomst al iets mis, vergeet het dan maar voor de rest van de dag. De wet van Murphy is onverbiddelijk. Vandaag ging alles van een leien dakje. Binnen een paar uur glimmen de ramen als spiegels. Niets beschadigd met mijn ladder en louter meezingen met de radio in plaats van sakkeren. Ik ben tevreden en mag weer op huis aan. Ik heb trek in een koude Warsteiner.

sukkeltje

Spikkel herkend inmiddels het motorgeluid van mijn busje. Als ik aan kom rijden wacht hij mij op bovenaan de trap en begroet mij. Als hij buiten is komt hij aangewaggeld.

Ja Spikkel waggelt een beetje. Het is een beetje een sukkeltje.

Spikkel staat ook niet echt hoog aangeschreven bij de buurtkatten denk ik. Deze katten vinden Spik de risee van de buurt. Hij is niet erg groot en heeft een soort x-pootjes. Zijn achterpoten zwabberen een beetje als hij rent. Rennen kan hij nog wel als de beste. Zodra er een hond langsloopt of een kat aankomt lopen vlucht de bange poeperd al zwalkend naar binnen.

Vandaag krijg ik geen begroeting. Het blijft stil. Ik pak een biertje uit de koelkast en werk aan tafel mijn agenda bij. Er bekruipt mij een vreemd gevoel als ik aan tafel mijn biertje nuttig. Het biertje is een nul punt nuller dus die veroorzaakt niet het vreemde gevoel. Nee ik mis de kat en er klopt iets niet. Ik besluit even boven te gaan kijken op mijn slaapkamer. Als ik op de overloop sta zie ik Spikkel zitten op de ombouw van mijn bed. Ik kom de kamer in en hij kijkt mij aan met een verwilderde blik. Als ik naar de grond kijk zie ik een aantal witte veren liggen. Wat nu? Is mijn beschermengel langs geweest terwijl hij in de rui was? Nee engelen ververen in het najaar, dat weet ik zeker.

cadeau

Ik kijk de kamer even rond en kijk onder mijn bed. In een hoekje zit een duif. Het onwaarschijnlijke is gebeurd. De sukkel heeft een duif gevangen en meegenomen naar huis. Vast en zeker een cadeau voor zijn baas. ‘Oh oh oh Spikkel wat moet ik toch met jou’ spreek ik hem toe. Ik wacht zijn antwoord niet af en loop naar beneden om een doosje te pakken. Weer boven gekomen laat het bange vogeltje zich makkelijk pakken. Ik bekijk het diertje even, ik zie geen grote verwondingen bij hem. Ik besluit het beestje los te laten in het parkje wat aan onze straat grenst. ‘Jij gaat niet mee Sukkel’ spreek ik de kat streng toe als hij mee wil lopen met ons.

Tot mijn vreugde en opluchting vliegt de vogel weer de wijde wereld in. ‘nou alles zit mee vandaag, voor mij en voor die duif ook’ denk ik als ik weer binnenkom. 

Nu krijg ik wel een begroeting van de zwarte struikrover. Wat je zegt, aard van het beestje. 

Groetjes van een tevreden Maus.

%d bloggers liken dit: