Bob Ross

Eigenlijk lees ik alles. Van doktersromans tot wetenschappelijk onderbouwde naslagwerken, en natuurlijk ook stripalbums. Asterix is wel mijn favoriet, zeker de oudere albums. Suske en Wiske zijn ook leuk en tijdloos bovendien. De persoonlijkheid Lambik uit de stripreeks is wel mijn lieveling. Niet zomaar hoor, nee, Lambik en ik lijken nogal op elkaar qua karakter. Onbesuisd, onbevreesd en neemt niet altijd de juiste beslissingen.

Bij het opruimen van een kledingkast kwam ik afgelopen week -onder een berg dekens- een album van Suske en Wiske tegen.

Het was het album met de titel ‘het Hondenparadijs’.

tranen

Ik weet precies hoe het album destijds onder in de kast is beland. Ik heb het boek slechts een keer gelezen en raakte behoorlijk van streek door het verhaal. Het greep mij aan. Zozeer zelfs dat ik het boek even niet meer wilde zien. Ik heb het vanuit mijn bed zo de kast ingegooid. Ik wilde het zeker nooit meer lezen. Het was zo’n zielig verhaal, mannen die houten maskers dragen, veraden vriendschap en honden die dood moeten. De hoofdrolspeler van het verhaal is het hondje Tobias dat zo graag met zijn vriendinnetje Dolly naar de hondenhemel wil vertrekken. Beide willen mee met de ‘sprookjeswagen’ die wekelijks de ongelukkige honden ophaalt om deze vervolgens mee te nemen naar het hondenparadijs.

Ik vind het knap dat een schrijver en tekenaar een volwassen man tot tranen kan beroeren, met een verhaaltje over een hondje. Want laten we eerlijk zijn, het is een verhaaltje, ontstaan in het brein van Willy Vandersteen. Het hondenparadijs bestaat namelijk niet. Tenminste dat dacht ik. Ik ken wel een plek, een strandje ergens diep verscholen in een natuurgebied dat dicht in de buurt komt van een hondenparadijs. Je vindt het niet als je de weg ernaartoe niet weet.

meerkoeten

Het strandje is een zandoever van een kraakheldere diepe plas. Het ven ligt middenin het natuurgebied ‘Reeuwijksehout’. Als het er rustig is zie je de vissen zwemmen, zo schoon is het water. Een paar meerkoeten woont er al jaren en beschermd hun poel tegen passerende eenden. De vijver is omzoomd door bomen en struiken die vergroeid zijn tot hagen. Er lopen weggetjes door deze bossages, onverschillig meanderen deze paden door het dichte struikgewas. De wegels zijn alleen toegankelijk voor honden en alleen zij begrijpen de logica van de route door het haagbos. Zij aan zij rennen de honden over het strandje richting de bosjes en maken daar een rondje. Een van de uitgangen van het foreest eindigt aan de rand van het water. Wat een feest.

Soms hebben de viervoeters geluk en ligt er een dode vis op het zand, het kadaver is dan door de wind het strandje op geblazen. Om en om maken de honden tijdens het spelen tijd om even over de rottende vis te rollen. Het zijn typische honden dingetjes denk ik.

blaffers

In het water drijft ook bijna altijd wel een tennisbal, achtergelaten door een hond die geen zin meer had in het apporteer-spel. Zo’n solitaire bal vind altijd wel weer snel een nieuw speelkameraadje. Het is weer eens iets anders dan het gesleep met een afgekloven tak, die er ook ten overvloede liggen. Zo’n loot smaakt nog lekkerder als er meerdere honden op gekloven hebben lijkt het wel. Clyde en ik komen graag op dit stukje paradijs voor blaffers, het is echt een idyllische en romantische omgeving. Zo’n decor waarover je leest in een boek of geschilderd is door de kunstenaar Bob Ross. 

Niemand kent ons ook daar, geen hond. We vinden het lekker om even anoniem rond te banjeren. Even weg uit onze eigen roman.  

%d bloggers liken dit: